Aan mijn ijle ziekte.

•juni 18, 2008 • 1 reactie

In de hand

Ik had een hand waarin met streepjes
de toekomst zat vervat zoals de dood
op tachtig jaar of ietsjes later en
een vrouw met naam begint met jjjjjjjj,
bruine haren en een kind of drie.

Ik heb een hand waarin men streepjes
rimpels noemt en’t zijn er meer dan toen.

Nu sterf ik vroeger dan mijn vrouw
(de derde al) aan kanker/hartaanval,
m’n peuter op de crèche met naam
kapot condoom, een ongeluk
‘t heeft ADD
niet in de hand want die heb ik.

1001 Liefdes

•januari 10, 2008 • 2 reacties

Creatief schrijven mailde me het volgende:

Beste schrijver,Je schreef op de boekenbeurs of op de site een romantische liefdesbrief of je stuurde die ons per post of per e-mail op. In het kader van het project 1001 liefdes komt er half februari een eerste boek uit waarin 91 liefdesbrieven worden gepubliceerd. Jouw brief wordt opgenomen in het boek. Je naam zal hierbij vermeld worden, indien je dit niet wilt, kan je ons dit voor 18 januari laten weten. Het boek is verkrijgbaar vanaf eind februari via www.wwaow.be.Je kunt ondertussen nog steeds liefdesbrieven blijven schrijven. Neem zeker een kijkje op onze website: www.1001liefdes.be!Groet,Greet Van OpstalCreatief Schrijven 

 

Best leuk, al is het een POD-uitgeverij, gelukkig doe ik het niet zelf. Het jaar wordt goed ingezet. 

Aan Hilde

•december 17, 2007 • Geef een reactie

Lieve Hilde,

Vandaag ben je vrijwillig opgenomen in één of andere psychiatrische instelling. Het lijkt alsof je doet wat ik je schrijf te doen, dat kan ik -uiteraard- alleen maar aanbevelen. Op zoek gaan naar jezelf is belangrijk, als je daarvoor een instelling in moet, is dat goed. Ik heb altijd geweten dat je er ooit zou kunnen belanden, maar toen je het me vorige week vertelde, schrok ik. Ik schrok omdat het aangeeft dat je toch vooruit wil, dat je niet aanmoddert zoals ik altijd dacht. Ikzelf modder ook aan, misschien daarom. Je merkte mijn petje op, het petje dat ik speciaal voor jou opnieuw droeg. Jammer dat je geen waardeoordeel gaf.

In tegenstelling tot de statistieken die vertellen dat mannen meer geneigd zijn tot (zware) psychische aandoeningen, zitten de centra vol met oude(re) vrouwen. Jij zit daar nu bij, misschien word je er volwassen, Hilde.

Ik gun het je.

Liefs,

Fré

Aan de lieve jongen bij de bus

•december 17, 2007 • Geef een reactie

Dag jongen,

Ondertussen is het al twee weken geleden dat je me aansprak. Je vroeg me of ik ook stond te wachten op de bus. Dat was grappig, want op die plaats sta je enkel als je een bus nodig hebt. Ik lachte niet, maar zei dat ik -inderdaad- een bus nodig had. Je begon dan over het weer -wat ik gek vond, want jonge mensen praten niet vaak over het weer, ze ondergaan het- en ik deed mee. Ik herinner me hoe ik je probeerde te analyseren. Versierde je me, was je eenzaam, verveelde je je? Ik moet zeggen dat ik het nog steeds niet weet.

Gisteren sprak op diezelfde plaats een andere man me aan. Hij had zo’n witte stok, wat impliceerde dat hij blind was, of erg slechtziende (er was ook rood aan de witte stok). Hij vroeg eerst het uur, daarna lachte hij om de dingen die ik vertelde tegen een vriendin. Ik merk het snel als mensen tegen me willen praten, ik vind het ook niet erg. De eerste momenten waren onwennig, omdat ik niet wist hoe blind hij was, maar toen hij zichzelf bijna onder de bus wierp, heb ik hem bij zijn arm genomen en op de bus geholpen. Zelfs na dat voorval deed hij nog alsof zijn blindheid geen overheersende zaak was. Ik vroeg hem of hij wist waar hij eruit moest, of hij competitie skiede, en of hij alleen woonde. Uit geen enkel antwoord kon ik afleiden of hij me zag of niet, geen enkel, dus vroeg ik hem “Hoe goed zie jij nog”. Ik besefte vrijwel onmiddellijk dat de woordkeuze niet echt optimaal was, maar het leek hem niet te deren. Licht en donker, wist hij me te vertellen, daarmee wist ik nog niet veel meer. Zag hij me als een donkere schim, of zag hij dat de verlichting in de bus aan was? Toen hij afstapte, waggelde hij verder. Op dat moment had ik zowel medelijden als bewondering voor hem. Ik wilde hem eigenlijk ook nog vragen of hij al lang blind/slechtziende was, zulke dingen zijn belangrijk.

Allicht vraag je je nu af waarom ik je dit vertel. Wel, laat ik vaag blijven:

Het is interessant dingen niet te weten.

Tot later,

Fré

Aan Eva

•november 24, 2007 • 2 reacties

Eva, universitair meisje,

Elke keer weer sta ik versteld van je kleinburgerlijkheid. Je onophoudelijke manieren om over jezelf te praten, je plannen voor 2015, je obsessie met oude vrienden, vreselijk. Ik herinner me dat ik je ooit naar je ambities vroeg. Ik herinner me dat je antwoordde: “Weten hoe mijn verwarmingsketel werkt, zodat ik hem kan maken als hij eens stuk gaat, gesteld dat ik een verwarmingsketel zou hebben.”
De mijne waren toen: de wereld veranderen. En hop, daar begon je weer over jezelf. Over hoe je goedkope trouwringen wilden, en hoe lelijk de trouwringen van hupsiedesie waren.

Mensen begrijpen niet wanneer ik zeg dat Belgen te rijk zijn, dat ze boven hun standaard leven. Mensen begrijpen niet dat zoveel geld en zoveel mogelijkheden hun eigen leven verpesten. Hoe de media daarop inspelen en je denken verdwazen. Het is niet meer dan normaal, Eva, dat je communicatiewetenschappen studeerde. Het is niet meer dan normaal dat je dat niet voldoende vond en er ook nog antropologie bij deed. Het is niet meer dan normaal dat je die diploma’s niet gebruikt, Eva, want je weet niet wat je wilt of kunt. Dat is normaal.

Soms is het beter als mensen een huis bouwen, een hond kopen, die daarna begraven en een nieuwe kopen. Soms is het beter om naar de ander te kijken om jezelf te leren kennen. Soms, maar vaak leidt dat tot kopiëren. Kopiëen die elke keer vager en vager en vager en vager worden. Zo vaag dat je ze opnieuw moet schrijven, liefst met je eigen merknaam. Eva was de eerste vrouw, maar jij, Eva, hebt jezelf -jammerlijk- van een ander gekopiëerd.

Groet-Groet

Fré

Aan het fruitmeisje

•november 22, 2007 • 1 reactie

We hielden zoveel van elkaar dat we dansten.

We hielden zoveel van elkaar dat we elkaar stiekem aanraakten. We hielden zoveel van elkaar dat we dat wel wisten. We hielden zoveel van elkaar dat we kadootjes kochten. We hielden zoveel van elkaar dat we wachtten op dat smsje.We hielden zoveel van elkaar dat we niet kusten. We hielden zoveel van elkaar dat we elkaar niet vuil wilden maken. We hielden zoveel van elkaar dat we aan elkaar wilden denken als we masturbeerden, maar dat niet deden. We hielden zoveel van elkaar dat we niet samen op de foto gingen. We hielden zoveel van elkaar dat we goden waren. We hielden zoveel van elkaar dat we teveel nadachten. We hielden zoveel van elkaar dat we alles dubbel interpreteerden. We hielden zoveel van elkaar dat we vaak niet spraken. We hielden zoveel van elkaar dat ik genoeg had aan één keer in je ogen kijken. We hielden zoveel van elkaar dat ik jouw wegen nam. We hielden zoveel van elkaar dat ik naar je huis fietste en er gewoon naar keek. We hielden zoveel van elkaar dat ik je smsjes hield. We hielden zoveel van elkaar dat ik gitaar leerde. We hielden zoveel van elkaar dat ik je liedjes gaf. We hielden zoveel van elkaar dat ik je naam op elke manier schreef. We hielden zoveel van elkaar dat ik je brieven niet verstuurde. We hielden zoveel van elkaar dat je niet meer terugstuurde. We hielden zoveel van elkaar dat ik duizelde wanneer ik je zag. We hielden zoveel van elkaar dat ik niet meer at. We hielden zoveel van elkaar dat ik ziek werd.

We hielden zoveel van elkaar dat we enkel elkaar konden pijn doen.

Ik hield zoveel van jou dat je dat niet volhield. (Ik ook niet.)

Sorry

Aan Hilde

•november 14, 2007 • Geef een reactie

Lieve Angelina, (Ik spreek je zo wel aan, ware het enkel in geschreven teksten, ik weet nog steeds niet waarom je zo genoemd wil worden.)

Het is nog niet erg lang geleden dat ik je zag -en wij zien elkaar niet al te regelmatig-, maar ik neem toch even de tijd om je een brief te schrijven. Ik verwacht geen brief terug. Ik weet dat je ervan houdt om alleen te zijn en dat je het teveel gevraagd vindt om te schrijven, laat staan te reflecteren over jezelf. Dat neem ik je niet kwalijk.
Je stuurde me onlangs een sms om te vragen hoe ik kus. Ik antwoorde zoals ik denk dat ik kus. Daarna vroeg ik me af waarom je dat wilde weten. Je wilt seks met mij. Je wil de spanning die er tussen ons heerst, doen verdwijnen. Ik vernoem elke keer als ik je zie die seksuele spanning (waarvan ik quasi zeker ben dat ze enkel bij mij aanwezig is). Ook de laatste keer had ik het over die spanning en het gegeven dat we ooit een dag moeten seksen om die spanning uit de weg te ruimen. Nu of over twee jaar.
Ik ken je nu, ruwweg, vijf jaar. Waarschijnlijk weet je dit niet, maar Nicky stelde mij voor aan jou met het oog op copulatie (uiteraard noemde hij dat zo niet, je kent Nicky). Hij vertelde me dat je de koningin van het pijpen bent, dat je middelmatig bent in bed en dat je houdt van lange lullen, zo zei hij dat. De koningin van het pijpen, daar kan ik jou wel in zien -met je lieflijk gebogen mondje-, maar dat weet ik niet.
Nu, je hebt me vaak gezegd dat ik geen seks uitstraal, onlangs zei je dat ik je zelfs afstootte in het begin, en nu wil je me. Ik kan niet anders dan daaruit concluderen dat ik in jouw ogen man geworden ben. Ik had de laatste keer een pet op, als ik me niet vergis, was dat de eerste keer dat je me met een pet zag. Ik draag geen petten. Ik was die dag dus niet mezelf, het zou dan ook dom zijn om toe te stemmen met een passioneel moment als ik er zelf niet bij mag zijn.

Als ik me niet vergis, heb ik je ooit mijn tip om goed te kussen verteld. Ik kus zoals de ander kust. Dan eens betonmolenachtig, dan weer gretig yoghurtpotjesuitlikkend, af en toe heel zachtjes. In principe, Hilde, wil je dus met jezelf vrijen. Je wilt weten hoe jij kust, hoe jij je passie deelt. Laat me voorstellen, Hilde, dat je eerst met Angelina probeert.

Met zachtjes ingetogen groetjes,

Fré

Aan Nele

•november 11, 2007 • 6 reacties

Lieve Nele,

Je vraagt je allicht af wie je schrijft, dat begrijp ik. Ikzelf herkende je gezicht in de trein vrijwel onmiddellijk, maar terwijl ik in mijn boek verdoken zat, dacht ik aan je naam. Nele, wist ik ietwat later. Ik herinner me niet veel namen, maar de jouwe bleef me bij omdat ik ooit potentieel in je zag. Je had korte blonde haren, was lang en slank en je had een erg grote mond. (Ik apprecieer nog steeds grote monden.) Aanvankelijk dacht ik dat ik je kende van één of ander CM kamp -waar Pollet nog met zijn tong in je mond draaide- maar later wist ik dat ik ooit bij je in de klas zat. Je zag er slecht uit op de trein. Je ogen ingevallen, je haar even kort en even blond maar een aantal keer minder gewassen. Ik zag nog steeds waarom ik je ooit potentieel vond. Je straalt iets uit. Seks. Niet eender welke seks die eender welke 40-jarige single uitstraalt, maar seks waarbij ik me inbeeld dat je ergens halfweg tot besef bent dat je aan het vrijen bent. De onschuldige seks lag nog steeds in je ogen te smachten.

Het was pas later dat dit alles verdween. Als de seks verdwijnt, verdwijnt het meisje vaak mee. De treinconductrice wees je terecht. Jij handelde als een aangeschoten konijn. Je piepte en kwispelde in een wanhoopsdaad met je staart, maar het mocht niet baten. Het moge een wonder heten, Nele, als iemand  nog in je hol wil komen.

Liefs,

Fré

Aan Mieke

•november 3, 2007 • Geef een reactie

Steenokkerzeel, 4 nov. 2007

Lieve Mieke,

Gisteren was ik op de Antwerpse Boekenbeurs. Ik heb vele mensen gezien in mijn leven, maar gisteren liep ik rond op die beurs en de enige die ik wilde tegenkomen was jij.
Laat me eerlijk zijn en zeggen dat ik je gemist heb de laatste twee weken. Ik weet nog perfect hoe je eruit ziet, hoe gerimpeld je handen zijn en hoe je af en toe op je tanden bijt zoals oude mensen dat doen om hun gebit wat nauwer aan hun tandvlees te drukken. Al die details kon ik me levendig voor de geest halen, maar over je naam moest ik nadenken, Mieke.
Ik herinner me elke dag levendiger hoe je tegen me zei dat je nog nooit ‘ne rosse’ gehad had. Zevenenzeventig was je toen je dat zei. Ik had nog nooit iemand van zevenenzeventig gehad en heb dat nog steeds niet. Ik wijt het aan ‘le mal d’infini’ dat ik die kans toen niet gegrepen heb. Als je tot zeven plus zeventig maal kunt gaan, waarom zou je dan niet voor de oneindige acht gaan. De tachtigers. Nog meer wijsheid, nog meer passie. Al heb ik, sinds ik jou ontmoette, geen mens meer ontmoet zo gepassioneerd als jij, Mieke.
Ik heb er lang over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat ook de taal een barrière was. Mensen die dezelfde taal spreken zijn te intiem. Te intiem om dichtbij gelaten te worden. Al weet ik dat je Frans onberispelijk was, je Nederlands was dat des te meer. Ik heb graag de mogelijkheid dat ik dingen zeg tijdens het orgasme die niemand verstaat. Die de vergetelheid induikelen en zich daar nestelen als schaamte. Wanneer twee copulerende individueën dezelfde taal spreken, is die mogelijkheid een pak geringer. Ik wil mijn schaamte niet met jou delen.
En toch denk ik aan je, Mieke. Ik denk aan jou en die perkamenten handen die me het zwijgen opleggen en alle schaamte overdekken. Ik denk aan vroeger, toen je me voor het eerst zei dat je Maria heette.

Wees liefdevol gegroet,

Fré

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.